Lacrosse vindt zijn oorspong bij de indianenstammen in Noord Amerika. Als een onderdeel van hun religie, was lacrosse een sport die gebruikt werd voor het oplossen van conflicten tussen stammen, het helen van de zieken en ironisch gezien ook als een voorbereiding op een eventuele oorlog. Wedstrijden in die tijd konden met teams van 1000 spelers per stam en met een veldlengte van verschillende kilometers, wel dagen duren.
De evolutie van de indianensport naar het moderne lacrosse begon in 1636 toen Jean de Brebeuf, een jezuïtische missionaris, verslag deed van een wedstrijd van de Husan indianen en de sport daarbij een naam gaf. De jezuïeten waren tegen lacrosse omdat het gewelddadig was en onderdeel was van een religie die zij juist zochten te vernietigen. Toch waren vele andere Europese kolonisten geïntrigreerd door de sport en rond 1740 begonnen Franse kolonisten de sport te spelen. Het duurde nog tot 1856 tot een Canadese tandarts genaamd William. G. Beers het spel standaardiseerde. In 1930 begon de sport opnieuw te veranderen, tot het mannen en vrouwen lacrosse dat wij nu kennen.
Mannen lacrosse
De mannenvariant van lacrosse is een fysiek, intensief en technisch spel, waarin de beste elementen van sporten als ijshockey, basketbal en voetbal worden gecombineerd. Om de bal op je tegenstander te veroveren mag je op de stick en de handen van je tegenstander slaan, of je mag je tegenstander proberen om ver te duwen (checken). Dit is natuurlijk wel gebonden aan strikte regels.
Vrouwen lacrosse
Hoewel de vrouwenvariant minder fysiek contact kent dan die van de mannen, is even technisch en intensief. De bal verkrijg je in deze variant door met de bovenkant van je stick op de bovenkant van je tegenstanders haar stick te slaan.


